BZL

In de eerste graad evolueren de leerlingen van begeleid zelf werken naar begeleid zelfstandig werken. 

In het eerste jaar krijgen de leerlingen eenvoudige opdrachten die een eenduidige doelstelling hebben.  Een sessie neemt één lesuur in beslag. Daarin komen twee vakken (wiskunde/Nederlands) aan bod.

In het tweede jaar zijn de opdrachten complexer en bestaan ze uit een combinatie van verschillende vaardigheden en voordien opgedane kennis.  Sommige opdrachten bestaan uit het verwerven en inoefenen van nieuwe leerstof.  Er komen drie vakken aan bod (Nederlands, wiskunde en Frans)  en er is per vak een sessie van één lesuur.

De leerlingen krijgen meestal een opdracht voor één sessie, soms zijn er opdrachten die lopen over meerdere sessies.

De mate waarin begeleid zelfstandig werken door de leerling bereikt is, wordt neergeschreven op een attituderapport.