Evaluatie

Het studiewerk van de leerlingen wordt op twee manieren geëvalueerd:

  • door kleine toetsen, overhoringen, persoonlijke taken... : het dagelijks werk;
  • door toetsen over grotere delen van de leerstof : de proefwerken. In de 1e en de 2e graad zijn er 3 proefwerkperiodes: december, Pasen en juni. In de 3e graad is er een semestersysteem met proefwerken in december en in juni.

Op het einde van het schooljaar beslist de delibererende klassenraad

  • of de leerling al dan niet geslaagd is;
  • welk oriënteringsattest en/of studiebewijs de leerling krijgt.

De eindbeslissing, al dan niet met vakantietaak, wordt aan de leerling en zijn ouders meegedeeld via het eindrapport.

Op geregelde tijdstippen organiseert de school oudercontacten.

  • Er zijn individuele contactmogelijkheden gepland in november, na het kerstrapport, na het paasrapport en na het eindrapport in juni.
  • Daarnaast zijn er ook informatievergaderingen waarop het studieaanbod van de school wordt voorgesteld.
  • De ouders kunnen ook in een gesprek met de titularis en een CLB-medewerker de studiekeuze bespreken.

De ouders kunnen hun kinderen ook volgen via het elektronisch puntenboek.

Sinds enige tijd is een werkgroep bezig met het herdenken van het evaluatiesysteem via onderzoek van de eigen praktijk.

De beslissing die een delibererende klassenraad neemt is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in het belang van de leerling(e). Het is uitzonderlijk dat dergelijke beslissingen door ouders worden aangevochten.