Een nieuwe bouw

Reeds in 1996 was er een duidelijke de behoefte aan meer 'geprofileerde gebouwen'. De sportzaal moest ook dienst doen voor grote spektakels, de Ark werd nu eens verbouwd tot een kapel en dan weer tot een fuifzaal. Elk evenement kostte dagen mankracht om de zaal in orde te krijgen. Daarom werd in 1996 de optie genomen om af te stappen van de polyvalentie. Het college mocht dan wel gelukkig zijn met zijn moderne klassengebouw, door de bijgebouwen en de openheid van het terrein was het niet gemakkelijk om er je weg te vinden. De 'stromen' werden geanalyseerd. We hadden nood aan een duidelijk aanspreekpunt van waaruit de bezoeker, de ouder, de leerkracht, de leerling naar de juiste plaats kon doorverwezen worden. Intussen veranderde het onderwijs ook. Er kwam een grotere aandacht voor zorg en de leermethodes moesten gedifferentieerder. De leerkracht werd 'omkaderd' door nieuwe functies voor persoonlijke begeleiding van leerlingen en door een studiedienst die voeling hield met recente ontwikkelingen in de didactiek. Her en der bouwde men een openleercentrum, al was de definitie daarvan onduidelijk. Wat ons betreft moest een openleercentrum multimediaal zijn, dus alle informatiebronnen op één plaats aanbieden, en tegelijk diverse leermethodes mogelijk maken: de individuele studie, het groepswerk, de korte instructie.

Om aan al deze ontwikkelingen te voldoen moest er een nieuw gebouw geplaatst worden. Wij creëerden een auditorium. De naam is bewust gekozen: het is een zaal om te gaan luisteren. De akoestiek werd aangepast aan de menselijke stem en de akoestische muziekinstrumenten. De bibliotheek die gesticht werd door Kan. Robrecht Stock werd geïntegreerd in een openleercentrum. De nieuwe balie is het enige aanspreekpunt van de school geworden en de oude directieburelen worden in de nabije toekomst nog omgebouwd tot een werkruimte voor leerkrachten. De Agora verbindt het nieuwe en het oude gebouw. Het is een vrije ruimte zonder bestemming waarvan we hopen dat ze zal prikkelen tot creativiteit.

Vele details maken het gebouw bijzonder: het gebruik van het plastisch getal, de steeds terugkerende rode kleur voor de plaatsen waar 'vragen kunnen gesteld worden'. Bijzonder is ook het gebruik van het thema 'L' in het gebouw. Het zit verscholen in de deurkrukken en in de decoratie van het auditorium. De wanden zijn als fragmenten van de Peutingerkaart die dagmarsen aanduiden. Elke dagmars is duizend passen. Op de originele Romeinse kaart staan de etappes en de faciliteiten ter plaatse aangeduid (of er een badgelegenheid is of niet...). Wij kozen dit thema 'L' omdat het verwijst naar het dag aan dag doorzetten dat gevraagd wordt van leerlingen en leerkrachten. Maar de letter L is ook bijzonder als je de archeologie ervan opzoekt. Uit de studie over de geschiedenis van het schrift blijkt dat de L verwijst naar de stok van de koeiendrijver die daarmee de weerbarstige dieren dreef naar de wei of de stal. Het is een mooi symbool voor 'leren': onderwijsmensen doen niets anders dan prikkels geven om jongeren aan te zetten tot leren. Dat de L de beginletter is van onze naam is natuurlijk mooi meegenomen. 

Als laatste detail is elke plaats waar inlichtingen kunnen ingewonnen worden in het rood: nl. het Brugs rood dat je in het wapenschild van de stad terug vindt (en in  dat van het Sint-Lodewijkscollege).