Redemittel : Susanne stellt sich vor
Schreibe deine Antwort und klicke dann auf "Prüfen".
Wenn du Hilfe brauchst, klickst du auf "Tipp" und du erhältst einen Buchstaben.
Zeg dat je in een klein dorp op het platteland woont.
Zeg dat je hier geboren en opgegroeid bent.
Zeg dat jij en je ouders in een ééngezinshuis wonen.
Zeg dat het huis twee verdiepingen heeft.
Zeg dat je je eigen kamer hebt op de bovenverdieping.
Zeg dat het leven op het platteland je bevalt.
Zeg dat alle inwoners van je dorp elkaar kennen.
Zeg dat er ook nadelen zijn voor het privéleven.
Zeg dat de mensen over elkaar kletsen.
Zeg dat je dat erbij moet nemen.
Zeg dat je naar de T.S.O-school gaat in de buurt.
Zeg dat je in de weekends met je vrienden naar de disco gaat.
Zeg dat je veel aan sport doet en veel leest.
Zeg dat de verveling voor jou nauwelijks een probleem is.